Vluchtpoging Bill Roeske

Reconstructie vluchtpoging Bill Roeske e.a. vanuit IJmuiden met een viskotter, 18 mei 1942

In het boek: “Wel gebogen, niet gebroken” wordt op pag. 126 de mislukte vluchtpoging van Bill Roeske op 18 mei 1942 kort vermeld. N.a.v. een vraag daarover van een nabestaande van Bill Roeske, ben ik mij daarin wat gaan verdiepen. Op Wikipedia zocht ik naar Bill Roeske en deze vluchtpoging. Daar vond ik 13 namen en summiere informatie. Ook in het boek “Geschiedenis van de Ordedienst”, p.189, wordt deze vluchtpoging vermeld. Daar wordt o.a. Bill ‘Rooske’ genoemd; bedoeld wordt: Bill Roeske. En daar staat een verwijzing naar een uitspraak van Frits van der Schrieck over verraad bij deze gebeurtenis. Al lezend en verder zoekend vond ik redelijk wat informatie over deze vluchtpoging. Hier een reconstructie, op basis van de verschillende bronnen. Aanvullingen en opmerkingen zijn welkom!

  1. Aanleiding vluchtpoging Bill Roeske
  2. Twee andere vluchters: Anton Kortlandt en Willem ‘t Hart
  3. De vluchtpoging zelf
  4. Verraad
  5. Kort overzicht van de 13 vluchters
  6. Ter afsluiting: Frits van der Schrieck

  1. Aanleiding vluchtpoging Bill Roeske

Bill Roeske was actief in het verzet en o.a. betrokken bij de aanslag op verrader Gerard Stellbrink in Haarlem op 14 oktober 1941. 1) In de periode vanaf eind februari 1942, na de wapendropping in Hooghalen, 2) waren veel OD-leden opgepakt. Ook vrijwel de gehele groep van Kap. van den Berg, incl. de mensen die samen met Bill Roeske de aanslag op Stellbrink hadden gepleegd. Bill was de enige van die groep die nog op vrije voeten was. Via Adrien Moonen was hij in Wassenaar ondergedoken bij dr. Krediet; zij beiden maakten deel uit van het netwerk van Frits van der Schrieck 3), maar werden begin maart gearresteerd. De grond werd hem dus wel erg heet onder de voeten.

Op 17 mei, de dag voor de vlucht, stuurt Bill een afscheidsbrief naar zijn moeder en zijn drie zusters. Daarin schrijft hij: “Laat ik hier nog eenmaal m’n vriend Jan bedenken. Ben ervan overtuigd dat hij als een held gevallen is. Ik moet deze kans absoluut waarnemen, al zijn er heel wat risico’s aan verbonden.” Deze ‘Jan’ is J(oh)an Nout, die twee weken daarvóór, op 3 mei 1942, gefusilleerd is. 4) 

1. In “Wel gebogen, niet gebroken” het verhaal van de verzetsgroep rond Bill Roeske.

2. Idem: op pag. p.124 e.v. het verhaal van deze wapendropping, die een belangrijke rol speelde voor een reeks van arrestaties en het begin van het bekende ‘Engelandspel’.

3. “Wel gebogen, niet gebroken” p.111/112: Bill Roeske kwam met Adriën (‘Broer’) Moonen op 26-2-1942 bij diens zus; Bill moest verborgen worden gehouden i.v.m. de aanslag Schotersingel Haarlem. Dit was dus de dag vóór de arrestatie van Moonen en Krediet. Bill Roeske was ook aanwezig bij de arrestatie van Moonen en dr. Krediet in Astoria op 27-2-42, door Poos en Slagter. Roeske en Abbenbroek konden daarbij maar net ontsnappen.

4. Bron: prive-archief nabestaanden Bill Roeske.

Frits van der Schrieck 5) speelde een belangrijke rol in het verzet, waar het ging om vluchtwegen. Hij hielp veel mensen te ontsnappen via de van Niftrik-route, maar ook via andere vluchtwegen. Dat was ook het geval bij deze vluchtpoging met een boot vanuit IJmuiden.

5. Zie ook p.130 boek Frits van der Schrieck, “De onzichtbare musketier”. En zie www.fritsvanderschrieck.eu  en  www.fritsvanderschrieck.com

Frits had regelmatig contact met Bill Roeske. Zo bezorgde Roeske bv op verzoek van Frits de zender van agent Ernst de Jonge, een vriend van Van der Schrieck (zie ook bij Kortland, hier onder) terug bij De Jonge. Die zender had Bill verborgen in het huis van dr. Krediet, toen hij daar ondergedoken zat. Frits en Bill waren ook beiden betrokken bij een plan van Dick Groeneveldt om Sjoerd Nauta te bevrijden uit het Oranjehotel (zie bij Willem ’t Hart, hieronder). En Frits was degene die samen met Sjoerd Nauta (gearresteerd in aug. 1941) besloten had dat Stellbrink geliquideerd moest worden. Stellbrink had diverse verzetsmensen verraden en ging daarmee steeds door. 6) Frits van der Schrieck had Bill Roeske betrokken bij die liquidatieplannen, ook bij de feitelijke aanslag in Haarlem op Stellbrink in oktober 1942. Het is aannemelijk dat Bill Roeske de schakel vormde tussen het netwerk rond Van der Schrieck en Nauta en zijn (Roeske’s) verzetskameraden in de groep van Albert Nout/Bastiaans in Den Haag, die bij de aanslag in Haarlem werden betrokken. Bij die aanslag speelde overigens ook Dick Groeneveldt een rol, die toen al in Den Haag woonde (zie bij Willem ’t Hart).

6. In ons boek “Wel gebogen, niet gebroken” uitgebreide info over deze aanslag en alles eromheen. In het boek van Frits van der Schrieck idem, op p. 108-111.

2. Twee andere vluchters

Anton Kortlandt

Frits van der Schrieck organiseerde zoals eerder gezegd vaker vluchtpogingen en werd regelmatig benaderd door of voor mensen die de oversteek naar Engeland wilden maken over land of over zee. Eén van het was Anton Kortlandt. Kortlandt was vóór de oorlog havenmeester Rotterdam. Hij werd actief in het verzet bij Landelijke Knokploegen (LK) en bij spionageactiviteiten.

Kortlandt woonde in Rotterdam. De hiervóór al genoemde Ernst de Jonge kwam op 22/23 februari 1942 vanuit Engeland in Katwijk aan land, samen met zijn marconist E. Radema. Hij kreeg onderdak in Rotterdam bij Dirk van Driel van Wageningen. De Jonge richtte samen met Leendert Pot en Kees Duthil de inlichtingengroep ‘Kees’ op (hierover volgt in maart 2020 een afzonderlijk artikel op deze website!). Op verzoek van De Jonge voegde Van der Schrieck deze Kortlandt bij de vluchtgroep en gaf hij Kortlandt spionagemateriaal mee, dat deels afkomstig was van Van Driel van Wageningen. 7)

7. Zie Schulten: “En verpletterd wordt het juk; Verzet in Nederland 1940-1945”, en ook het boek van Frits van der Schrieck. Mede door de arrestatie van Kortlandt met dat spionagemateriaal bij zich, kon korte tijd later Ernst De Jonge samen met een tweetal andere leden van ‘Groep-Kees’ worden opgepakt.

Willem ’t Hart  

Een medevluchter uit Van der Schriecks directe netwerk was Willem ’t Hart, genoemd op p. 100 van ons boek “Wel gebogen, niet gebroken”. Dit in het kader van een beoogde poging van J.F. (Dick) Groeneveldt om Sjoerd Nauta en anderen te bevrijden uit het Oranjehotel.

Nauta had in Leiden een studentengroep opgericht, samen met o.a. Willem ’t Hart, Dirk (‘Bekkie’) de Loos, Lou de Klerck, Lou Kist, Gijs de Jong, Hans Knoop en Johan van Walsem. Zij maakten daar het illegale blad “Ik zal handhaven” en hielden zich daarnaast bezig met andere verzetsactiviteiten. Ook Groeneveld zat bij deze groep. Deze groep had een nauwe band met Frits van der Schrieck. 8)

8. Boek Frits van der Schrieck, p.60 en www.fritsvanderschrieck.eu/wp/personen      

Groeneveldt was na de arrestatie van Nauta (aug.1941) naar Den Haag verhuisd. Samen met de zus van Nauta en met medewerking van een cipier beraamde hij een bevrijdingsactie met als doel ter dood veroordeelden te bevrijden uit de gevangenis te Scheveningen. Bij dit plan waren Willem ’t Hart en Bill Roeske betrokken (en de vader van Ferdinand Eenhoorn 9), dr Stolte en dr Rensen). Bij de overval verscheen Bill Roeske echter niet en daarom werd de overval afgeblazen.

9. In “Wel gebogen, niet gebroken” staat ook, op p. 99: “Nauta vormt verzetsgroep met Lou Kist en Lou de Klerck. Zij krijgen contact met F. Eenhoorn, die in contact staat met Mekel en Schoemaker in Den Haag; en met antiquair Jaques Janssen, Ridderhof en Hylkema, die zender hebben. Via Janssen stuurt Nauta info door zo. Later krijgt hij twijfel over Ridderhof en Janssen.”

Boek Frits van der Schrieck, p. 99: F. Eenhoorn c.s. worden opgepakt op 3 juli 1941.

3. De vluchtpoging zelf

De mannen, of in ieder geval 9 á 10 van hen 10), verzamelden zich op 17 mei in Den Haag in de woning van Karel de Munter, ook één van de vluchters. Frits van der Schrieck was daarbij aanwezig. Zij vertrokken met de trein naar IJmuiden. De volgende ochtend gingen zij aan boord van de kotter. De bedoeling was deze op zee ‘met zachte hand te overmeesteren’, het roer over te nemen en naar Engeland over te steken. De vlucht mislukte echter, al snel na vertrek werden zij aangehouden. Mede door de arrestatie van Kortlandt met dat materiaal bij zich, kon korte tijd later De Jonge met een aantal andere leden van ‘Groep-Kees’ worden opgepakt.

10. W.A.H.C. Boellaard, “De angst voor lafheid”, p.88

4. Verraad

De leiding van de OD en Frits van der Schrieck, die de vluchtpoging had georganiseerd, dachten dat Pasdeloup de verrader was van deze vluchtpoging. Pasdeloup zat bij de OD en werd gearresteerd op 18 jan. 1942. Hij werd door de Duitsers onder druk gezet (bedreiging van zijn half-Joodse vriendin) en werd toen informant voor de SD. Men liet hem ontsnappen op 18/4/42, samen met Brandon Brava. Daarna nam hij weer contact op met de OD (met jhr Six) en verraadde hij diverse verzetsmensen, al dan niet van OD. Zo was bv. twee weken vóór de vluchtpoging van ’t Hart en Roeske c.s. met de kotter, op 5 mei 1942, ook Pim Boellaard (commandant van de OD District Utrecht) door hem verraden. Boelaard wist dit vanuit zijn cel in Scheveningen door te geven aan zijn vrouw An, bij haar enige bezoek aan hem.  Pasdeloup is uiteindelijk op 11 januari 1943 door het verzet geliquideerd in Amsterdam. 11)

11. Boek Frits van der Schrieck en diverse internet

Er zijn ook andere lezingen. Op de Wikipediapagina van Karel de Munter staat dat ze werden verraden door ‘Hellenberg Hubart’s collega van Holland Signaal’ (bedoeld wordt NSF). En dr Lou de Jong noemt in zijn boeken Andringa (een gedropte agent) als verrader. Deze zou informatie over de geplande vlucht hebben gekregen van Piet Homburg, een broer van een andere agent. 12)

12. zie website https://onh.nl/verhaal/een-sigarenwinkel-aan-de-oostvest-en-het-englandspiel

Volgens de Duitse Kriminaldirektor Schreieder, hoofd van de Duitse contraspionage, zou Andringa echter de verrader zijn geweest bij een andere vluchtpoging, en niet bij deze van 18 mei 42.

Er is ook een (nooit bevestigde) lezing dat de Haags politieagent Poos, die vaak aanwezig was bij dit soort arrestaties (in het ontvangscomité), zich dan wel voordeed als de kapitein. Dat zou misschien ook bij die vluchtpoging op 18 mei 1942 het geval kunnen zijn geweest, als ‘kapitein Vader’. Dit zijn echter altijd onbevestigde verhalen gebleven, er is veel twijfel over. 13) 

13. Jarno Hofsteden, “De Schrik van ’s Gravenhage?”

Kortom: diverse lezingen en geen zekerheid over wie de verrader van deze vluchtpoging was … waarschijnlijk zal dat ook nooit meer helemaal duidelijk worden!

5. De groep die probeerde te vluchten op 18 mei 1942

Van de in totaal 13 mensen die in de diverse boeken en op verschillende sites worden genoemd als deelnemers aan deze mislukte vluchtpoging per kotter, hebben ’t Hart, Roeske, Kortlandt, de broers Nol en Glaser dit uiteindelijk niet overleefd. Verdere Info die hieronder staat heb ik van diverse internetsites, o.a. via namen ’t Hart, de Munter, Hellenberg-Hubar en Kortland.

  1. Bill (Cosmo Medici) Roeske: geb. in Suriname, 4/1/1916. Maakte deel uit van de verzetsgroep van Johan Nout. Deze groep sloot zich najaar 1941 aan bij Kap. C.F. van den Berg (met o.a. Albert Nout, Gerard en Henk Bastiaans, Luuk Honselaar, Hans Smits, Pieter Drenth 12), Ruud Bierman en George Elders (de zwarte). Doodvonnis op 10 dec. 1942 en gefusilleerd op 5 febr. 1943.   14)
  2. Willem Hendrik ’t Hart; geb. Soerabaja, 17/10/1916, woonde in Zaandam. Hij was chemicus en reserve 1e ltn infanterie. Gaf geld voor liquidaties en was lid van de Ordedienst (OD). Zie verder boven onder 2. (info: www.oorlogsbronnen). ’t Hart kwam na zijn arrestatie op 18 mei 1942 in het Oranjehotel terecht, tot 17 juli. Vandaar (via Amersfoort?) naar Vught en toen naar Haaren.  14)
  3. Anton Kortlandt. Kortlandt staat net als Roeske en ’t Hart op eenzelfde lijst van lijst van 33 verzetslieden ‘veroordeeld in een ander proces of weggevoerd’ 12) Hij werd vanuit het Oranjehotel (via Amersfoort?) op 6 juni 44 naar Vught, vervolgens naar Neuengamme. Op 27/11/44 is hij daar overleden aan dysenterie.
  4. Bram Nol. Boekhouder in Uitgeest (Zaanstreek). Geb. 2/11/19, vermoord Sobibor 21/5/43.
  5. Mozes Richard Nol. Idem vermoord 21/5/43 in Sobobor. De beide broers Nol waren van Joodse afkomst.
  6. Ir. Karel Anthonius de Munter. Geboren op Java. Actief in de Stijkelgroep.Na zijn arrestatie op 18 mei ontsnapte hij op 14 juli 42. Hij deed op 5 mei 1943 een tweede poging om naar Engeland te gaan, en dat dat lukte wel. Samen met 8 anderen werd hij na 4 dagen ronddobberen op een kotter (in een mijnenveld, bleek achteraf …) opgepikt door een Engelse boot.
  7. Wolter A.J.J. Hellenberg- Hubar: vroegere buurtgenoot van Van der Schrieck. Hij werkte bij de Ned. Seintoestellen Fabriek (NSF) in Hilversum. Vanuit het Oranjehotel werd hij naar Haaren gebracht en vandaar naar de Gevangenis Wolvenplein in Utrecht. Hij werd vrijgelaten in augustus 1943; hem werd alleen “Unerlaubte Ausreise” ten laste gelegd.
  8. Lex van Os: na arrestatie hetzelfde traject als Hellenberg- Hubar.
  9. Karel Glaser
  10. Gerardus Lablans
  11. Jan Cornelis de Bruijn
  12. Sjef de Groot
  13. Arie Schotsman

14. Albert Nout, Gerard Bastiaans, Bill Roeske, Johan Groeneveld, allen direct betrokken bij de aanslag op Stelbrink in Haarlem op 14 oktober 1941, en Hans Smits die ook bij deze groep hoorde, werden gefusilleerd op 5 febr. 1943 op de Leusderhei (zie boek WGNG). Henri Pieter Drenth, eveneens betrokken bij die aanslag, was op 5 februari 1942 ziek; hij werd daarom pas op 24 juni 1943 gefusilleerd, eveneens op de Leusderhei (zie boek “Wel gebogen, niet gebroken”). Ook Willem ’t Hart is gefusilleerd op 24 juni 1943 op de Leusderhei (samen met Drenth dus), evenals Lou Kist (arr. 9 jan. 1942) en Lou de Klerck (arr. okt. 1942) die net als ’t Hart hoorden bij de groep rond ‘Ik zal handhaven’ rond Sjoerd Nauta. Zij allen alle (alle genoemden in deze noot) op dezelfde ‘lijst van 33’ van In Memoriam 314 verzetslieden van den OD (Orde Dienst), net als Kortland overigens. Is dit toeval?

6. Ter afsluiting: Van der Schrieck

Frits van der Schrieck speelde een coördinerende/sturende rol bij verschillende acties en bij vluchtpogingen/vluchtroutes (zie zijn website en boek). Op zijn site staat o.a. dat hij (naast spionage, verzetsblad, sabotage, onderduikadressen) ‘gespecialiseerd’ was in vluchtwegen zoeken en regelen. O.a. de Niftrik-route, maar hij regelde ook andere vluchtwegen zoals over zee. Deze vluchtpoging op 18 mei 1942 heeft hij georganiseerd samen met Henk Stol, die o.a. de boot regelde.

Frits is zelf opgepakt in de nacht van 6 op 7 juni 1942 in zijn ouderlijk huis aan de Frankenslag, met een rol daarin van de ons bekende Poos en Slagter. Poos en Slager speelden een rol bij zeer veel arrestaties, ook bv bij die van de broers Henk en Gerard Bastiaans en hun vriend Luuk Honselaar op 30 maart 1942 in Den Haag (zie “Wel gebogen, niet gebroken”). Van der Schrieck en Bekkie de Loos zijn beiden in het 2e OD-proces veroordeeld tot NN en hebben beiden de oorlog overleefd. Van der Schrieck moest nieroperatie ondergaan ten tijde van het 2e OD-proces. Daarom was hij daar afwezig, in het ziekenhuis, werd “Abgetrennt” en werd i.v.m. zijn gezondheid later in de oorlog vrijgelaten. De Loos werd eveneens “Abgetrennt”. Hij ging als ‘Nacht- und Nebelgevangene’ via Kamp Natzweiler naar Dachau en werd daar bevrijd op 29 april 1945.

Overigens: het was en is soms (vaak?) niet duidelijk of iemand echt ‘lid was’ van of verbonden was aan de Orde Dienst. Zelfs voor henzelf … Daarover is veel geschreven en gediscuteerd. Ik vermeld hier alleen dat zij op de IM OD-lijsten staan.

Betty Hoogeveen- Bastiaans, (aangevuld) 3 maart 2021